Donderdag 19 maart
Ademloos lees ik
in de "Monumenta Historica" de oudste verhalen van onze stichting,
geschreven toen St. Ignatius nog leefde: preken op straten en pleinen,
biecht horen, geestelijke gesprekken, zorg voor de allerarmsten, en de
nadruk op de stichting van de naaste en op de eigen nederigheid als de
grondslag van ons bouwen aan de Kerk. En telkens als de bekoring mij
bekruipt om te denken dat de jaren 1540 in meerdere opzichten heel ver
weg zijn, kruist een jezuïet mijn pad die precies doet wat de eerste
paters deden. Aan tafel raakte ik in gesprek met een Amerikaanse
jezuïet die jaren hier aan de westkust en daarna in Canada les had
gegeven en nu, gedreven door de heilige Geest, zoals hij zelf zei, op
een leeftijd waarop de meesten van hun pensioen genieten, een volkomen
nieuw apostolaat begonnen was in Las Vegas, in de schaduw van de
casino's. Zijn eerste taak is het doceren van zakenethiek (!), maar de
bedoeling is dat hij in die "woestijn" (letterlijk en figuurlijk) gaat
werken aan een gemeenschap, een netwerk, om ook daar het Rijk Gods
gestalte te geven. Wat een geweldige opdracht!
De nieuwe provinciaal, zo vertelde hij, laat zich niet remmen door
vergrijzing en dalende aantallen (hoewel: vorig jaar drie novicen, nu
zeven en voor september vijftien kandidaten). In tegendeel: waar maar
mogelijk is, waar de nood groot is, waar vermeerderd en verbeterd kan
worden, begint hij nieuwe werken, meestal met niet meer dan een of twee
jezuïeten. Maar was dat anders in de jaren 1540?
