openBoekje: 2de zondag van de vastentijd
De HEER zei tegen Abram: ‘Trek weg uit uw land, uw stam en ouderlijk huis, naar het land dat Ik u zal aanwijzen.’
Met dit openingsvers van het twaalfde hoofdstuk van het boek Genesis, tasten we naar het begin van Israëls geschiedenis.
‘De HEER zei tegen Abram...’ Het lijkt alsof God hier daadwerkelijk zijn stem laat klinken en Abram oproept om met zijn hele hebben en houden te verhuizen naar een land dat Hij op tijd en stond zal aanwijzen.
Laat er geen misverstand zijn: God sprak vroeger niet méér dan nu of, anders gezegd, God spreekt nu niet minder dan toen. Alleen, wij gebruiken de woorden niet meer die de bijbelse schrijver hanteerde om te zeggen dat er een kracht was, een inzicht, een ‘stem’ die Abram wenkte om weg te trekken uit het land van de duizend goden, waar zijn vrouw Sara gedoemd was kinderloos te zijn.
De stem die Abram opriep om op stap te gaan, klinkt ook nog op vandaag. Die stem beweegt ons om weg te trekken uit elk afgodenland. Die stem roept ons weg uit situaties van onvruchtbaarheid. Die stem laat vermoeden dat er altijd een land is waar het leven weer leefbaar wordt en geen enkele situatie ooit uitzichtloos is .
De vraag is alleen maar: luisteren we naar die stem? En durven wij ons eraan toevertrouwen?
Agnes Lameire, Levende Kerk, februari 2005