openBoekje: 3de zondag van de vastentijd
De evangelisten Marcus, Matteüs en Lucas leggen het werkterrein van Jezus hoofdzakelijk in zijn geboorteprovincie Galilea. Volgens hen trekt Hij slechts één keer op naar Jeruzalem, waar Hij zal lijden, sterven en verrijzen. De vierde evangelist, Johannes, laat Jezus niet minder dan drie keer naar de hoofdstad reizen.
In de lezing van deze derde vastenzondag horen we hoe Hij na een eerste bezoek aan Jeruzalem, door de landstreek van Samaria terugkeert naar zijn thuisbasis. Die reisroute is ongewoon, want rechtgeaarde joden vermijden het woongebied van de Samaritanen. Die stammen af van heidenvolken die er in 721 v.C. door de Assyriërs zijn heengebracht. Ze houden hun erediensten op de berg Gerrizim en niet in de tempel van Jeruzalem. Wie als jood contact opneemt met een Samaritaan, wordt hierdoor cultisch onrein.
Dat Jezus bovendien ook nog een vrouw uit hun volk aanspreekt, is op zijn minst aanstootgegevend.
Jezus en de Samaritaanse voeren een van die typisch lange gesprekken, zo eigen aan Johannes. Is het een dovemansgesprek zoals het op het eerste gezicht wel lijkt? En waarom heeft het plaats bij de Jakobsbron die trouwens nergens in het boek Genesis staat vermeld? Dat kan betekenen dat de evangelist ons geen anekdote vertelt. Hij geeft zijn jonge gelovigen onderricht in de identiteit van Jezus Messias. Door hen wil hij ook ons bereiken die nog altijd met diezelfde vraag zitten: 'Wie is Hij toch?'
Met behulp van de joodse leerwijze van vraag en antwoord leidt Johannes ons naar de zelfopenbaring van Jezus in vers 26: 'Ik ben het'. Dat is de naam die Mozes hoorde bij het braambos in de Sinaïwoestijn. Het is de naam JAHWE, de 'Ik ben er' van het Oude Testament. Een vrouw uit Samaria mag die naam vernemen. Zes mannen heeft ze al gehad, maar Degene die ze bij de bron als zevende ontmoet, verandert haar leven. Hij doet wat die anderen niet gedaan hebben. Hij lest haar diepste dorst. En terwijl de uitverkoren leerlingen de stad ingaan om eten te kopen, verkondigt zij als heidense: Ik heb de Messias ontmoet! Twee dagen verblijft Jezus bij de Samaritanen en zet pas daarna zijn reis naar Galilea verder.
Agnes Lameire, Levende Kerk, februari 2002