openBoekje: 4de zondag van de vastentijd

Was Jezus voor de Samaritaanse vrouw het levengevende water, voor de blindgeborene is Hij het ware licht. Dat horen we in het zesde van de totaal zeven wonderverhalen die de evangelist Johannes ons vertelt. Alweer een lang uitgesponnen vraag-en-antwoordspel dat moet leiden tot de belijdenis: 'Heer, ik geloof'. Het is best mogelijk dat dit evangelieverhaal hoorde bij de leerstof die de doopleerlingen te verwerken kregen eer ze de grote stap naar het doopsel mochten zetten. Voor ze, met andere woorden, naar het 'Siloambad' werden gestuurd.

De man om wie het gaat was blind vanaf zijn geboorte. In hem zal God aan het licht komen. Het handelen van Jezus staat bij Johannes altijd in het teken van God. In de Zoon moeten de werken van de Vader te zien zijn. Zonder woorden neemt Jezus in de ontmoeting met de blindgeborene het initiatief. 'Hij spuwde op de grond, maakte wat slijk van zand en speeksel, en streek dat op de ogen van de blinde.' Daarop krijgt de man de opdracht zich te wassen in het Siloambad. De evangelist voegt er veelbetekenend aan toe: 'Siloam wil zeggen: gezondene.' We kennen het resultaat: de man komt ziende terug. Dat maakt van hem een compleet ander mens. Zo nieuw is hij dat zelfs de buren hem niet meer herkennen.

Meer dan eens lezen we in het evangelie dat Jezus zichzelf de Gezondene van de Vader noemt. Het water van die Gezondene is het doopwater. Na drie voorbereidingsjaren werden de doopleerlingen naar dat water gestuurd om er als nieuwe, ziende mensen, uit op te staan. Om volmondig te beamen: Jezus Christus is de Gezondene, de Messias, het Licht van de wereld.

Omstreeks het jaar 90 werd de scheiding tussen "de leerlingen van Mozes" en "de leerlingen van Jezus" een pijnlijke werkelijkheid. Wie zich in Christus liet dopen, werd uit de synagoge en dus uit de joodse gemeenschap gestoten. De disputen die in het Johannesevangelie tussen farizeeën en Jezusgetrouwen plaatsvinden, lopen vooruit op die situatie ten tijde van de evangelist. Ze hebben, helaas, ook voedsel gegeven aan een groeiend anti-semitisme. Wat helemaal niet de bedoeling was van Johannes die zelf, net als Jezus, een geboren en getogen jood was. Wel vaart hij als evangelist scherp uit tegen hen die halsstarrig weigeren Jezus als Messias te erkennen. Hij noemt hen ziende blinden, kinderen van de duisternis, kortom 'DE JODEN'. Wie daarentegen Jezus wél erkennen, noemt hij kinderen van het licht. Zoals de genezen blindgeborene zijn zij de ware zienden.

Aan welke kant mogen wij, kritische gelovigen, ons plaatsen?


Agnes Lameire, Levende Kerk, maart 2002

copyright | privacy | home

[XHTML 1.0] [CSS]