openBoekje: 5de zondag van de vastentijd

Ezechiël was met zijn volk mee in ballingschap getrokken naar Babylonië. Daar treurden de joden om het verlies van hun land, hun vorst, hun hoofdstad Jeruzalem en de verwoesting van de tempel van de HEER. Met het visioen van de dorre beenderen wou de profeet hun nieuwe hoop inblazen.

Ezechiël spreekt niet in eigen naam, maar in de naam van de HEER die hem tot profeet heeft geroepen. Vandaar de slotwoorden: ‘Zo spreekt de HEER’. Die God heeft het over de herschepping van Israël tot nationale eenheid. Voor de gelovige jood was dat van cruciaal belang; als individu wilde hij deel uitmaken van de gemeenschap, en daar behoorden zowel zijn voorouders toe als zijn nakomelingen. De ballingschap heeft hem politiek doodgemaakt, maar Ezechiël ziet een opstanding voor het hele volk. Over de verdorde beenderen zal de levensgeest van de HEER worden uitgestort en Israël zal herrijzen als een herenigd rijk. De ballingen die indertijd uit het Noordrijk Israël werden weggevoerd, evengoed als de ballingen uit het Zuidrijk Juda, zullen ertoe behoren. Ze worden weer één volk 'en mijn dienaar David zal voor altijd hun vorst zijn' (37,25). Uit zijn dynastie mag een koninklijke nazaat worden verwacht.

Ontwaren we in het visioen van de dorre beenderen de eerste sporen van een geloof in een individuele verrijzenis? Oude kerkvaders hebben de tekst in die richting geïnterpreteerd, maar daarnaast mogen we de oorspronkelijke betekenis van het visioen niet uit het oog verliezen. Die gaat duidelijk over het herstel van het oude rijk Israël.


Agnes Lameire, Levende Kerk, maart 2005

copyright | privacy | home

[XHTML 1.0] [CSS]