openBoekje: 5de zondag van de vastentijd

Het hele elfde hoofdstuk wijdt Johannes aan de dodenopwekking van Lazarus. Het is het zevende en laatste tekenverhaal dat ons uitnodigt te belijden: U, Jezus, bent de Messias, de Zoon van God. Het is een verhaal dat we enkel bij Johannes vinden. Sommige exegeten zien het als een soort samenballing van de synoptische verhalen over de opwekking van het dochtertje van Jaïrus bij Marcus en van de zoon van de weduwe uit Naïn bij Lucas.

Andere exegeten zijn dan weer van mening dat het een onafhankelijk symbolisch verhaal is dat Johannes creëerde over het mondeling doorvertellen van de genezing van een doodzieke ergens in de buurt van Jeruzalem.

Hoe dan ook, de evangelist legt een duidelijk verband tussen de opwekking van Lazarus en de terechtstelling van Jezus zelf. Op het moment dat Jezus zijn vriend Lazarus tot nieuw leven wekt, tekent Hij zijn eigen doodsvonnis. 'Hogepriesters en schriftgeleerden waren vanaf die dag vastbesloten om Hem ter dood te brengen.' (Johannes 11,53)

De onderwijstechniek van vraag en antwoord die we bij Johannes onderhand wel kennen, heeft hier plaats tussen Jezus en Marta met als aanzet: 'Heer, waart Gij hier maar geweest...'

Is dat niet de verzuchting die wijzelf slaken als wij een geliefde moeten loslaten aan de poorten van de dood? Daarmee mogen wij ons waarachtige broers en zussen weten, niet enkel van Maria en Marta, maar ook van de jonge christenen uit de kring van Johannes. Zij hadden nog bij leven de wederkomst van hun Heer verwacht maar toen de evangelist omstreeks het jaar 95 zijn evangelie neerschreef, was daar nog geen spoor van te bekennen. Bij elk heengaan van een medegelovige zaten zij met de dringende vraag: Wat gebeurt er nu met onze lieve dode? Hun voorganger Johannes kende het antwoord: Ook al zijn ze gestorven, over de grens van de vier doodsdagen van Lazarus heen, roept de Heer hen tot leven. Hij noemde zichzelf toch de Verrijzenis en het Leven?

Vergeten wij niet dat het allemaal in Betanië gebeurde, een dorp dat dicht bij Jeruzalem lag. Niet voor niets schrijft de evangelist hier in de verleden tijd: lag. Jeruzalem en omgeving waren intussen door de Romeinen allang van de kaart geveegd. Tegenover deze historische werkelijkheid schrijft Johannes de woorden van Jezus in de tegenwoordige tijd. Want bij God is leven altijd NU.


Agnes Lameire, Levende Kerk, maart 2002

copyright | privacy | home

[XHTML 1.0] [CSS]