openBoekje: palmzondag

Mijn rug heb ik prijsgegeven aan hen die mij wilden slaan,
en mijn wangen aan hen die mij de baard uitrukten;
mijn gezicht heb ik niet onttrokken
aan beschimping en bespuwing.
(Jes. 50, 6)

In de boekrol van Deuterojesaja treffen we de vier zogeheten "Liederen van de dienaar" aan. De eerste lezing van deze Palmzondag werd genomen uit het derde lied. Wie was die lijdende dienaar waarover de profeet het heeft? Sommigen zien er de verpersoonlijking in van het volk Israël dat, zeker in de ballingschap, met groot lijden werd geconfronteerd. Anderen lezen er het lijdenslot in van profeten in het algemeen en van Jeremia in het bijzonder. Weer anderen houden het bij een onbekende, een Messiaanse persoon, die het lijden dat hem wordt aangedaan in volkomen vertrouwen ondergaat. Daardoor krijgt dat lijden verlossende waarde.

Het derde lied kan perfect gelezen worden als een psalm van vertrouwen. Ook in de diepste nood blijft de dienaar zich op God verlaten: "Zie, de Heer GOD staat mij bij, daarom kom ik niet bedrogen uit" (v 7). Sinds haar ontstaan heeft de christenheid in de lijdende dienaar haar Heer Jezus Christus herkend. Hij is de onschuldige die, radicaal solidair met het volk, voor absolute geweldloosheid heeft gekozen. De Goede Week die wij vandaag ingaan, leidt naar Pasen. Dat is het heerlijke antwoord van God aan Jezus, zijn Zoon en Dienaar.


Agnes Lameire, Levende Kerk, april 2005

copyright | privacy | home

[XHTML 1.0] [CSS]