openBoekje: pasen
De brief aan de Kolossenzen werd, net als die aan Efeziërs, Filippenzen en Filemon, in gevangenschap geschreven. Die vier worden daarom samen "de gevangenisbrieven" genoemd.
Kolosse was een stad in het westen van Klein-Azië. De christenen die er woonden waren met "de nieuwe leer" in contact gekomen via Epafras, een streekgenoot. In de aanhef van zijn brief noemt Paulus hen "de heiligen van Kolosse, gelovige broeders en zusters die &eacut;&eacut;n zijn in Christus." De aanleiding tot het schrijven van de brief was het feit dat "dwaalleraars" leerstellingen voorhielden die strijdig waren met "het Christusgeheim". Ze maken zinloze voorschriften "op het gebied van eten en drinken of het vieren van feestdagen, nieuwemaan en sabbat." Hiervoor heeft Paulus maar &eacut;&eacut;n woord: "zelfbedachte godsdienst". Christenen moeten streven naar wat boven is, "waar Christus zit aan de rechterhand van God." Dat is een oudbijbelse uitdrukking die we elke zondag in de geloofsbelijdenis uitspreken en die betekent dat Jezus Christus deelt in Gods liefdevolle macht.
Wat is nu dat Christusgeheim uit de Kolossenzenbrief, dat heel behoedzaam werd doorgegeven? Dat de verrezen Heer de hele schepping draagt en, als Heil van de wereld, zin en betekenis geeft aan de menselijke geschiedenis. Door de onderdompeling bij het doopsel delen christenen al bij voorbaat in zijn verrijzenis.
Een ware paasboodschap!
Agnes Lameire, Levende Kerk, maart 2008