Vrijdag 20 maart

Opnieuw zonneschijn, opnieuw interessante lessen en lectuur, opnieuw plezierig gezelschap aan tafel, opnieuw ook de vragen die steeds terugkomen in onze groep, wanneer we de basisdocumenten van de orde lezen en vervolgens naar het heden kijken. Onze religieuze armoede met name is steeds weer onderwerp van gesprek. Ik zit op het einde van de dag in de smaakvolle, moderne kapel, kijk naar de nieuwe ikonen van St. Jozef, van de heilige Clara en Ignatius, bid de rozenkrans, de droevige geheimen: Jezus wordt gegeseld, wordt met doornen gekroond, neemt zijn kruis op, enz. Mijn blik blijft hangen bij het uitzicht uit het raam recht voor me: ouderwetse houten telefoonpalen, hoog, met een kort dwarshout bovenop voor de kabels; de late middagzon tekent ze scherp af tegen de blauwe hemel, donker en licht tegelijk. Meer dan al het andere raakt dat beeld me, en nu ik dit schrijf, 's avonds laat, moet ik aan die andere vrijdagmiddag denken, lang geleden, op Golgotha, toen Jezus stierf aan het kruis. Maar hoe waar en vroom de associatie ook is, toch was dat het niet wat me raakte. Wat dan wel?
Die rij van hoge, stille wachters, glanzend in een licht dat niet van hun is, dat zij slechts weerkaatsen. Er is een groot verlangen in mij om ook zo eenvoudig te zijn, alleen en toch verbonden, rechtschapen...
Wat is het, God, dat U me zeggen wilt?

copyright | privacy | home

[XHTML 1.0] [CSS]