Zondag 22 maart
De grote vreugde
van vandaag, behalve een meditatieve wandeling 's middags, was zeker de
eucharistieviering in de naburige parochiekerk, vanmorgen om kwart voor
acht. Helaas deed de gelegenheid zich de afgelopen weken maar weinig
voor om te concelebreren. Geen priester te kunnen zijn met en voor het
volk van God is met voorsprong mijn grootste gemis in deze periode van
studie en bezinning. Met weemoed denk ik aan de twee kapellen in Delft
waar ik in het weekend priester mag zijn. Maar vanmorgen was ik dus
weer eens in de gelegenheid: een goede gemeenschap, merendeels ouderen
(de familieviering was om negen uur, daarna waren er nog zes vieringen,
onder meer in het Spaans en Portugees), met een kapelaan uit Argentinië.
Zijn vriendelijk aanbod om te preken heb ik afgeslagen bij gebrek aan
voorbereiding; met des te meer vreugde heb ik meegebeden en geholpen
met het uitreiken van de communie en het zegenen van de kleinste
kinderen. Na bijna zeven jaar als priester is dat voor mij nog altijd
een van de mooiste dingen, bevestigd door de gelovige eerbied waarmee
velen de communie of de zegen ontvangen. De hartelijke gesprekken na de
viering deden me nog meer thuis voelen, nog meer vereerd om dienaar te
mogen zijn van het volk van God, bedienaar van de onmetelijke gave van
Jezus Christus onder de gedaanten van brood en wijn. 'Zalig zij die
genodigd zijn...!'
